50 jaar Grenskapel in Dagblad De Limburger
De grenskapel in Dagblad De Limburger
vrijdag 15 december 2006
Naar aanleiding van het 50 jarig bestaan van de Grenskapel had “Grote Leider” Fred een intervieuw met een journalist van Dagblad de Limburger. Opdat de uitspraken van Fred niet verloren zullen gaan hebben we het volledige artikel hier maar opgenomen. Overigens, toen zijn eigen mening gevraagd werd vond hij dat het niet leider moest zijn maar lijder. Oordeel zelf: lees en leer van de uitspraken van De Leider!
Hoewel ze in 1956 is opgericht als Prinsenkapel van de Stramproyse carnavalsvereniging de Zoatmaale is de Grenskapel 50 jaar na dato alles behalve een gezelligheidsfanfare. Als het tenminste aan dirigent Fred Camp (42) ligt. De muziek staat voorop.
Jubelerende Grenskapel is geen joekskapel
DOOR PAUL VEREIJKEN
STRAMPROY
Vijftig jaar geleden was het nog ondenkbaar dat er zowel dames als heren in een kapel speelden. De tijden zijn inmiddels veranderd, de jubelerende Stramproyse Grenskapel bestaat uit zeven vrouwen en negen mannen en staat onder leiding van dirigent Fred Camp (42).
De muzikanten van de Grenskapel houden niet zo van termen als dirigent. Ze praten liever over “leider”. Dat klinkt wat losser. “Daarbij speel ik ook mee, bugel en trompet”, vertelt Camp die al 24 jaar onderdeel uitmaakt van het gezelschap. Toch wil hij niet de indruk wekken dat het slechts een groep muzikanten is die met carnaval van cafe naar cafe trekt en beschonken de instrumenten bespeelt. De “leider”: “In tegenstelling tot twintig jaar gelden staat nu de muziek voorop. Gezelligheid en plezier vinden we ook belangrijk, maar met bier in de hand gaat de kwaliteit naar beneden. We zijn dus geen joekskapel. De Grenskapel speelt behalve meezingers tegenwoordig veel Tsjechische muziek. Velen zullen geen kenner van deze muziek zijn. Het kenmerkt zich door het gezellige karakter, zo nu en dan een solo van de tuba of de trompet en de muzikale noten van de klarinet.
Uit het repertoire blijkt het verleden met carnavalsvereniging de Zoatmaale. Meezingers zoals “Huf de glazen in de locht” en “Wae goan nog lang neet noa bed” staan nog altijd op de kaart. Rondom carnaval luistert de kapel de festiviteiten in Stramproy dan ook op met muziek. Camp: “Dan trekken we van cafe naar cafe en drinken we wel, de gezelligheid staat dan voorop. Vanzelfsprekend stijgt dan ook het aantal meezingers.” De kapel kent ook een traditie op carnavalsdinsdag. Een van de hoogtepunten van de drie dolle dagen in het Stramproyse is het naar buiten dragen van de prins op een ladder. “Bekenden, vrienden en familieleden van de prins krijgen dan nog een laatste kans om iets tegen hem te zeggen, daarna spelen wij droevige muziek en wordt hij naar buiten gedragen”, vertelt Camp. Het carnavallen zit nog altijd in de bloedvaten van de kapel. Zo deden ze diverse malen mee aan de leedjesoavendj en werd er aan de bonte avond twee keer meegedaan.
Het dieptepunt in zijn 24 jaar als lid en 10 jaar als dirigent komt ook voort uit die traditie. “Een jaar of vijf geleden trokken we op de avond dat we de prins naar buiten zouden dragen van cafe naar cafe. Telkens speelden we wat, dronken we wat en gingen we naar de volgende locatie. Uiteindelijk kwamen we aan bij het cafe waar de prins zich bevond. Daar was het alleen zo druk dat we zelfs met veel duwen en trekken niet binnenkwamen. De prins is uiteindelijk wel naar buiten gedragen, maar zonder onze muziek. Dat was een emotionele beslissing.”
Camp verheugt zich op de feestavond. De kapel zal zelf niet spelen, de blaaskapel de Torenkruiers uit Bocholt neemt het muzikale roer die avond over. “De oude garde komt langs en om ervoor te zorgen dat iedereen kan genieten van de receptie hebben we besloten om niet te spelen”, legt hij uit. Ook de plaatselijke fanfare zal wellicht nog een nootje laten klinken. De fanfare is min of meer de kapel, vertelt Camp. “We gebruiken de instrumenten, bladmuziek en halen er ook nieuwe leden uit. Om die reden is het ook zo dat als wij ergens een vergoeding voor ontvangen we deze aan de fanfare schenken.” Op de receptie zal waarschijnlijk ook een verrassingsact plaatsvinden.
De oude garde heeft wel een en ander voor de aanwezigen in petto. “We hebben gehoord dat een aantal oud-leden een gelegenheidskapel heeft opgericht”, aldus Camp. Van die oude garde zijn er volgens de leider nog maar een paar over. Het gros van de pioniers is inmiddels overleden. De huidige bezetting kent een gemiddelde leeftijd van rond de dertig, maar ook de kapel is niet het eeuwige leven geschonken, realiseert de dirigent zich. “Jongeren kiezen er niet snel voor om zich bij ons aan te melden. Dat ze drie dagen op rij met ons mee moeten trekken is een drempel. Daarnaast trekken carnavalsverenigingen veel meer aan. Daar melden ze zich in groepen aan en bouwen ze gezamenlijk een wagen. Veel aanmeldingen krijgen we dus niet en meestal vragen we ook leden van de fanfare als we ergens een plek vrij hebben. De komende jaren houden we het dus nog wel uit.”
Van een kapel met enkel heren naar een gemengde kapel, het muzikale gezelschap in haar diverse samenstellingen.