De geschiedenis

De geschiedenis van de Grenskapel

Het was met carnaval (2006) 50 jaar geleden dat enkele pioniers het toen nog met disc jockey en juke box loze carnavalsfeest opsmukten met blaasmuziek. Deuntjes als “daar was laatst een meisje loos”, en “daar bij die molen”, deden het erg goed in die tijd. Dat de carnavalsmuziek en daarmee de Grenskapel gedurende de tijd is veranderd moge duidelijk zijn. De jonge pioniers van veerig jaar geleden zijn opgevolgd door jonge goed opgeleide muzikanten. Dat de kapel onlosmakelijk verbonden is met carnaval is duidelijk. De kapel is ontstaan uit carnaval. Dat de kapel onlosmakelijk is verbonden met fanfare St. Willibrordus is vaak minder duidelijk. De kapel gebruikt instrumenten van de fanfare, bladmuziek van de fanfare enz., kortom de kapel is de fanfare.

De pionierstijd

Het moeten het voorjaar van 1956 zijn geweest dat van fanfare St. Willibrordus deelnam aan muziekfestival in Altweerterheide. Na het concert van de fanfare hadden een paar jonge muzikanten nog helemaal geen zin om naar huis te gaan. Ze togen een café, en vroegen aan de kastelein of ze er geen muziek mochten maken. Deze was het daar niet mee eens, “Gea jaagt mich mét det getoeët mien hieël klantje weg”, was zijn antwoord. Er zaten inderdaad enkele mensen te kaarten. De jongelui, niet voor een gat te vangen, togen verder kwamen bij café de Poal terecht. Deze had geen bezwaar tegen dat een paar dorstige jongelui zijn café bevolkte, en daarbij ook nog een gratis met muziek de stemming er goed in brachten. Hij zag zijn omzet al stijgen. En die steeg. Vooral toen ook nog de kaarters uit het andere café binnenkwamen. Noeë heet dea zok nemes mieër binne, zeiden ze daarmee doelend op de andere kastelein. Toen het inmiddels te donker geworden was in de klanten van het café huiswaards gingen zei Earkes Christ, die ook naar muziek had geluisterd, bij het naar buiten gaan die men kinne sjoeën bloaze, mer auch sjoeën zoepe.
Wie waren deze muzikanten de echte pioniers waren bakkers Harry (Harry Vranken), Veus vanne Pruus (Servaes Hermans), de Snieëk (JAc Sniekers), Palmen Zjaakske (Jac Palmen), Matje (Matt Peeters) en Hein van Keune (Hein Palmen). Hein was in die tijd nog wel erg jong ongeveer zestien jaar en zijn vader (Keune Leike) was er ook niet erg gelukkig mee dat Hein hieraan meedeed. De jong bederve det kondjer was zijn commentaar. Zou hij die mening nog toegedaan zijn als hij ziet waartoe het is uitgegroeid.

Kapel in carnaval

Dat het carnavals seizoen voor de kapel en belangrijkste seizoen is, moge duidelijk zijn. De kapel luistert dan ook nagenoeg alle activiteiten gedurende het carnavalsseizoen op. Dit begint op 11 november bij de opening van seizoen, en eindigt op as woensdag. De liedjes avond, de bonte avonden, de prinsereceptie, het boere bal, het prinse bal en natuurlijk ook de carnavalsdagen. De kapel is er steeds bij en heeft zijn invloed gehad op het carnavalsfeest zoals dat nu gevierd wordt.
Een voorbeeld: de kapel was samen met de zoatmaale uitgenodigd voor een carnavlstreffen in Munstergeleen. Daar aangekomen werd aan de kapel gevraagd om de avond, samen met Ubachsberg die daarvoor waren ingehuurd, muzikaal op de luisteren. De muzikanten voelden zich zeer geëerd en dus werd en muziek gemaakt. Om ongeveer 24 uur kwam een fluitje van de vorst; dat het hij tijd was om naar huis te gaan. Toen het hele gevolg naar buiten ging trof men daar het skelet aan van een rund die avond aan het spit gebakken was. Enkele leden van de raad van 11, regen jhet karkras over een paar sokken om het ten grave te dragen. Er moest echter eerst afscheid genomen worden van het arme dier, en dus werd het, met muzikale begeleiding door de hoofdstraat van Munstergeleen gedragen. Toen vele stoet terugkeerde bij het feestpaviljoen stopte de kapel van Ubachsberg met spelen, en werd het karkas binnengedragen, het podium op, om daarte worden begraven. Vanaf dit moment heeft mijn ieder jaar op carnavaldinsdag zijn de prins naar buiten gedragen op ongeveer dezelfde manier en met dezelfde muziek als er met de os in Munstergeleen gebeurd was. De muziek is gedurende jaren aangepast aan de tijd, maar het uitdragen van prins is ook nu nog een van hoogtepunten van carnavals feest in Stramproy.

Kapel en de zomer

In de beginjaren bleven de activiteiten van de kapel beperkt tot muziek maken tijdens carnavalsdagendagen. Later ging men ook na afloop van een muziekfestival van de fanfare, die meestal in een boomgaard of weide plaatsvonden naar een café. Na enkele glazen bier te hebben genuttigd, werd aan de kastelein gevraagd of hij er bezwaar tegen had dat er muziek werd gemaakt. Meestal was dat uiteraard geen enkel bezwaar.
Een van de optredens vond plaats in Hunsel in café Biej Hoepke, na een concert van de fanfare in de wei van Bröggershoof (van Geleuken). Na sluitingstijd werd besloten nog een eitje te gaan bakken bij Giel Aenderomer. Giel had een zaaikorf boordevol met eieren, en zette deze naast het fornuis. De pan op het vuur, boter erin, en bakken maar. Dit werd overigens meestal gedaan door Hein Palmen. Nadat iedereen goed gegeten had vroeger Matje Peeters aan Giel wat de zaaikorf met eieren nog moest kosten. Neem waar mee zei Giel ik ben die korf spuugzat. Ik zal het goed met je maken, we hebben er tenslotte al goed van gegeten vijf gulden voor de hele handel, reageerde Matje op Giel zijn aanbod. Verkocht zegt Giel, zonder na te denken en dus wordt de korf in de auto gezet en naar Matje gebracht. Daar aangekomen heeft natuurlijk iedereen weer honger, en dus wordt de korf weer naast het fornuis gezet, de pan op het vuur, boter erin, en bakken maar. Toe de honger echt gestilt was kraaiden de hanen en luiden de klokken voor de vroegmis. Overigens zaten er toen nog ongeveer 120 eieren in de koffer.